in Philosophy

De afgelopen twee weken ben ik naar een aantal avonden geweest waar op verschillende manieren publieksfilosofie werd bedreven. Hieronder vier korte impressies.

De wankele waarheid

Happy Chaos organiseerde in LAB11 een avond over de wankele waarheid. In drie sessies werd verkend op welke manier de journalistiek een stempel drukt op de werkelijkheid en op die manier de waarheid vormgeeft.

The Elite Times in zaal 2 ging over de vraag of de parlementaire journalistiek wel divers genoeg is. Thijs Broer (Vrij Nederland), Romana Abels (Trouw, waar ze geen auteurspagina’s hebben), Kim van Keken (freelance o.a. bij Follow the Money) en Thomas Muntz (Investico) probeerden te verkennen of de verslaggevers in Den Haag te elitair zijn.

Het ging daarbij hard met de sportmetaforen: er wordt bijvoorbeeld kluitjesvoetbal gespeeld ("het verbaasde me dat alle kranten tegelijkertijd Pechthold als de schuldige aanwijzen") en er is teveel aandacht voor het spel en te weinig voor de bal ("bij Henri Keizer ging het meer over het falen van Keizer’s PR strategie dan over zijn frauduleuze handelen"). Wat vooral opviel is dat alle aanwezigen, dus inclusief het publiek, daarbij vooral inside baseball speelden ("we komen elkaar regelmatig tegen in het rookhok van Nieuwspoort"). De echte diversiteitsvraag —Wie is en en hoe kan het nou echt anders?— kwam daardoor helaas nooit aan bod.

Spui25 over populisme

Boven in de OBA presenteerde Amsterdam University Press het meest recente deel in de serie Elementaire Deeltjes: Populisme. Cas Mudde, één van de twee auteurs, gaf op de avond “een korte samenvatting van een kort boekje”.

Mudde’s definitie van het populisme is zeer verhelderend. Hij definieert het als een dunne ideologie, die de samenleving verdeelt in twee groepen die tegenover elkaar staan, ‘het pure volk’ en ‘de corrupte elite’, en die wil dat de politiek gebaseerd is op de algemene wil van het volk. Het populisme is meer dan alleen een strategie om aan de macht te komen, maar ook een (monistische) ideologie. De twee groepen zijn homogeen en het onderscheid tussen de twee groepen is moreel. Iedereen in het volk is goed en iedereen in de elite is slecht. Populisten denken dat iedereen in ‘het volk’ dezelfde waarden heeft. Dus kun je beleid maken dat voor iedereen goed is.

Populisme kan zowel links als rechts zijn. Dat is afhankelijk van de ‘gastideologie’. Op dit moment is het meer rechts in het Noorden en links in het Zuiden, zowel in Europa als in Amerika. In Europa krijgen de populistische partijen ongeveer 20% van de stemmen, de overgrote meerderheid van de mensen stemt dus niet op een populistische partij. Het populisme is op dit moment wel sterker dan het ooit is geweest. Volgens Mudde komt dat doordat de mediastructuur veranderd is en omdat de populistische politici beter zijn geworden met name in het gebruik van social media. Het gevolg is een polarisering van het politieke debat en een politisering van bepaalde issues (zoals bijvoorbeeld immigratie). In de oppositie hebben populisten vaak een correctieve functie voor de liberale democratie, maar zodra ze aan de macht komen vormen ze juist een bedreiging. Kortom: populisme is een illiberaal-democratische respons op ondemocratisch liberalisme.

De macht van data

De Balie was benieuwd naar de manier waarop algoritmes ons leven bepalen. Met De macht van Data organiseerden ze voor een tjokvolle zaal een tjokvolle avond: 3 panels met steeds 3 sprekers, twee winnaars van een essay-wedstrijd, twee kunstenaars en ook nog een inleiding van een data scientist.

Zelf nam ik, samen met Rutger Rienks (predictive policing expert bij de Nederlandse politie) en Marjolein Lanzing (filosoof en allround held), deel aan een panel over veiligheid. Kun je big data inzetten om op een slimme manier de maatschappij veiliger te maken? Rutger Rienks denkt van wel en schreef daar het boek Predictive Policing – Kansen voor veiligere toekomst over. Zelf zag ik nog wel wat risico’s aan een politie die op basis van grote hoeveelheden data besluit waar ze haar capaciteit in gaat zetten.

Mijn grootste bezwaar is dat er een verschuiving plaats vindt van het aanpakken van strafbaar gedrag, naar het aanpakken van afwijkend gedrag. Als je net iets te lang op het toilet in Schiphol blijft zitten, dan komt de politie controleren wat je aan het doen bent. Het verzamelen van gegevens wordt met predictive policing een doel op zich voor de politie. Dat is zorgelijk omdat het de politie nu al niet lukt om zich aan de Wet politiegegevens te houden. Dit soort patroonherkenning werkt daarnaast alleen maar op misdrijven waar enige vorm van patroon in zit, terwijl de meeste criminaliteit impulsief is. Het lijkt soms wel alsof efficïentie het hoogste goed is bij de overheid, terwijl er eigenlijk voor legitimiteit geoptimaliseerd zou moeten worden.

Algoritmen en veiligheid
De macht van data.
Foto: Jan Boeve / De Balie

Felix & Sofie: Objecten aller landen…. Verenigt u!

In één van de leukste zaaltjes van Amsterdam, die van Perdu, organiseerde Felix & Sofie onder de noemer Objecten aller landen… Verenigt u! een programma over objectgeoriënteerde filosofie in de context van het klimaat en onze leefomgeving. Een zoektocht naar de politieke verbeelding. Lieke Marsman las voor uit haar boek Het tegenovergestelde van een mens en Huub Dijstelbloem maakte een toegankelijke synthese van Sloterdijk en Latour. Maar mijn favoriete spreker van de avond was Lisa Doeland. Het lukte haar meerdere keren om mij echt aan het denken te zetten.

Doeland is gefascineerd door afval, ze is een ‘afvalofiel’. In haar filosofische onderzoek over dit thema is ze er achter gekomen dat afval in eerste instantie vooral relatief is: one man’s trash is another man’s treasure. Bij heel veel afvaltheorie wordt afval gezien als matter out of place, maar het is niet per se een ordeningsprobleem van plaats, maar veel meer matter out of time of misschien zelfs wel matter out of time scales. Wanneer we dingen weggooien ontkennen we de essentiële relativiteit ervan. Afval is volgens Doeland breken met ambiguïteit. Ik was daarom de hele tijd benieuwd naar hoe Doeland naar Marie "KonMari" Kondo zou kijken. Kondo heeft namelijk vanuit het shintoïsme een heel aparte relatie met objecten én met wegdoen, maar zonder ambiguïteit.

Schitterend aanwezig in zijn afwezigheid was de object georiënteerde ontoloog Timothy Morton. Zijn boek Dark Ecology staat nu dus op mijn leeslijst. Ook werd ik door de avond herinnerd aan de dagen die ik het British Museum doorbracht om een wereldgeschiedenis in 100 objecten te bekijken.